Skip to content

Over Ahava

AHAVA_body_quartet_img

Ahava is Hebreeuws voor ‘liefde’. Het cosmeticabedrijf met deze naam opereert echter op een allesbehalve liefdevolle wijze. Met het misleidende etiket ’Made in Israel’ verhult Ahava waar het zijn schoonheids-producten in werkelijkheid vervaardigt: in een illegale nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Ahava schendt het internationaal recht, maar de producten kunnen gewoon in Nederland verkocht worden.

Wáár in Israël!?
Op Ahava’s etiketten staat ‘Made in Israel’. Het hoofdkantoor van het bedrijf staat inderdaad in dat land: namelijk in Tel Aviv. Maar op het etiket hoort te staan waar het product gemaakt is, en dat is ergens anders! Ahava’s cosmeticafabriek ‘Ahava Dead Sea Laboratories’ staat in de nederzetting Mitzpe Shalem; een illegale joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. In dezelfde nederzetting beheert Ahava ook een bezoekerscentrum voor toeristen.

Mitzpe Shalem heeft een aandeel van 34 procent in het Ahava-concern. Een andere kibboets, Kaliya heeft een aandeel van 6 procent. Beide illegale nederzettingen liggen dicht bij de kust van de Dode Zee en verdienen flink aan het toerisme. Wie Ahava-producten koopt, stimuleert daarmee de economie van deze illegale nederzettingen.

Dode Zee verboden voor Palestijnen
Hoewel een derde van de westkust van de Dode Zee op de – bezette – Westoever ligt, heeft Israël de toegang tot de Dode Zee en haar natuurlijke rijkdommen volledig afgesloten voor Palestijnen. Palestijnen kunnen er niet recreëren of verdienen aan het toerisme of de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ahava kan dat wel. Het bedrijf gebruikt modder die in bezet gebied, vlakbij de nederzetting Kaliya, wordt gewonnen. Intussen betaalt het bedrijf geen belastingen aan de Palestijnse Autoriteiten, omdat het zogenaamd in Israël is gevestigd.

Ahava schendt internationaal recht
De Israëlische nederzettingen op de Westelijke Joraanoever zijn illegaal. Sectie III van de Vierde Geneefse Conventie, over de bescherming van de burgerbevolking in bezet gebied, zegt in artikel 49 zonder omhaal:  ‘De Bezettende Macht zal niet delen van zijn eigen bevolking deporteren of overbrengen naar gebied dat het bezet houdt.’

In 2004 oordeelde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dan ook opnieuw dat de bouw van Israëlische nederzettingen op de Westoever in strijd is met het internationaal recht. Hetzelfde geldt voor de aanleg van bedrijventerreinen in bezet gebied.  Zowel de fabriek van Ahava als het bezoekerscentrum zijn daarom in strijd met het internationale recht.

Door modder uit bezet gebied te gebruiken, exploiteert Ahava ‘bezette’ natuurlijke hulpbronnen voor eigen gewin. Dit ‘plunderen’ is verboden volgens artikel 23, 53 en 55 van de the Hague Regulations, artikel 51 en 53 van de Vierde Geneefse Conventie en artikel 8(2)(b) van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.

Illegale nederzettingen en de Palestijnen
De nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever veroorzaken veel problemen voor de Palestijnen die in dat gebied wonen. Palestijnen die in hetzelfde gebied wonen als de joodse kolonisten, hebben geen gelijke toegang tot water, (landbouw)grond en infrastructuur. Zij vallen onder militaire wetgeving en worden dagelijks geconfronteerd met vrijheidsbeperkingen en vernederingen die voortvloeien uit de beveiliging van de illegale joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

Export Ahava groeit enorm
Ahava stimuleert actief de export van haar schoonheidsproducten. Inmiddels haalt de onderneming al vijftig procent van haar omzet uit de afzet in maar liefst vijfentwintig landen. Overal ter wereld zouden klanten moeten weten dat Ahava sterk verbonden is met verboden Israëlische nederzettingen op de Palestijnse Westoever.

Informeer je vriendinnen over het ware verhaal achter de schoonheidsproducten van Ahava en smeer geen gestolen modder meer op je huid!

home_banner_ahava


Advertenties
%d bloggers liken dit: